Van preventiecentrum naar blauwe zone

Wereldwijd zijn er vijf blauwe zones. Dit zijn regio’s waar mensen langer en gezonder leven. Het klinkt misschien als een utopie. Maar volgens John van Heel, directeur opleidingsinstituut EFAA en mede oprichter Sport- en preventiecentrum Life Style Vitae, is het meer binnen handbereik dan je zou denken. Dat we dan bewuster moeten omgaan met onze gezondheid en onze levensstijl echt moet veranderen, dat zal duidelijk zijn. De vraag is echter, hoe? Een goede stap is gezet met de komst van Fit!vak preventiecentra. Het is een belangrijke schakel in de gezondheidsbevordering. “Wij hebben dit vanaf het begin gesteund, omdat wij geloven dat dit kan bijdrage aan een gezondere samenleving.”

In een blauwe zone worden mensen ouder, gemiddeld 90 of zelfs 100 jaar, en is men gezonder. Onderzoek wijst uit dat de mensen die lang gezond leven in de blauwe zones weinig stress ervaren, hun geluk delen met familie en voldoende slapen. Eigenlijk is het simpel: voldoende bewegen en gezond eten. Dit is niet moeilijk, het is meer een keuze en een kwestie van motivatie. Een keuze die voor veel mensen nog lastig is. Maar een verandering van levensstijl kan zeker positieve gevolgen hebben. Verschillende studies tonen aan dat een verbetering van de levensverwachting en gezondheid kunnen terugkeren, ook snel na het corrigeren van een slechte levensstijl.

Vertrouwen
Van blauwe zones kunnen we in Nederland niet echt spreken, toch is er volgens Van Heel wel degelijk meer aandacht voor een gezonde leefstijl. Ongeveer 5 jaar geleden werd door Ab Klink als minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport het belang van bewegen bij chronisch zieken en het feit dat het medicijnen kan vervangen steeds meer erkend. Huisartsen en andere eerstelijns zorgverleners verwezen patiënten ook steeds vaker door naar een gecombineerde leefstijl interventie. Om ervoor te zorgen dat de patiënt vervolgens de juiste begeleiding en ondersteuning krijgt, heeft Fit!vak het keurmerk Fit!vak Preventiecentrum geïntroduceerd. Hiermee kan een fitnesscentrum zich specialiseren in preventie van specifieke doelgroepen zoals diabetes, en kan men aantonen dat het voldoet aan de eisen ten aanzien van de kwaliteit van de organisatie, de begeleiding en het opleidingsniveau van trainers. Voor fitnesscentra is het tevens interessant omdat je met de toenemende vergrijzing en het stijgend aantal mensen met overgewicht en diabetes hiermee ook een grotere doelgroep kunt bereiken. Vanaf het begin is Van Heel betrokken bij de ontwikkeling van het preventiecentrum. “De toename van chronisch zieken en de oplopende zorgkosten maken duidelijk dat bewegen in een kwalitatief centrum, gespecialiseerd in preventie, steeds belangrijker wordt. Maar de implementatie van deze centra vraagt tijd. Inmiddels zijn er op 40 locaties preventiecentra, je zou kunnen zeggen dat we vanuit de kruipstand richting staan gaan.” Dit geldt volgens Van Heel ook voor de eerstelijnszorg. “Je hebt in dit soort processen altijd voor en tegenstanders. Zo is ook niet iedere huisarts gelijk enthousiast, maar naarmate het belang van preventie duidelijker wordt en wij kunnen bewijzen dat we kwaliteit kunnen blijven leveren, zal dit wel verbeteren.” Wetenschap heeft al aangetoond dat bewegen volgens de Schijf van 3 chronische aandoeningen voor meer dan 50% kan voorkomen en ons dagelijks leven een stuk aangenamer kan maken. Tevens benadrukt Van Heel dat diëtisten en fysiotherapeuten ook een grote rol spelen bij het doorverwijzen van mensen en het belang van een goede samenwerking met hen. Daarnaast zijn zorgverzekeraars geïnteresseerd in preventie. Doordat medicijnen kunnen worden vervangen door een gezond beweeg- en voedingspatroon levert dit voor hen direct resultaat op. Hierin merkt Van Heel ook dat een verschuiving is waar te nemen. “Zorgverzekeraars zijn enthousiast en ik verwacht dat deze samenwerking verder zal toenemen wanneer steeds duidelijker wordt dat het Fit!vak preventiecentrum kan voorzien in de ondersteuning bij een duurzaam verantwoorde levensstijl. Ik ben ervan overtuigd dat eigenlijk voor al deze partners geldt dat wanneer het effect van een preventiecentrum meer wordt bewezen en het vertrouwen groeit, dit de samenwerking in de gehele zorgketen zal bevorderen. ”

Lees verder in Fit!magazine #46