Uitdaging voor fitnesscentra om vergrijzing te verzilveren

Voor het beoefenen van fitness zijn de voorzieningen en begeleiding die een fitnesscentrum biedt prachtig, maar geen vereiste. Zonder buitenproportionele investeringen kan Jan of Jannie Modaal thuis op zolder een eigen fitnessruimte inrichten. Ook kan bij andere sportaanbieders aan fitness gedaan worden, denk bijvoorbeeld aan de krachthonken van roei- en atletiekverenigingen. En wat te denken van het ruime fitnessaanbod van hotels en studentensportcentra? Het recent verschenen boek “Trendrapport Fitnessbranche 2012‘’ leerde dat in 2010 bijna tweederde van de Nederlandse fitnessers dat deed bij een fitnesscentrum. Hoe heeft dit marktaandeel van fitnesscentra zich de afgelopen jaren eigenlijk ontwikkeld en wat kan gezegd worden van de toekomstige positie van het fitnesscentrum in de fitnessmarkt?

Al jaren doet ongeveer één op de vijf Nederlanders minstens één keer per jaar aan fitness. De mate waarin fitnessers hun heil zoeken bij fitnesscentra is daarentegen gedaald. Tussen 2006 en 2010 is de beoefening van fitness bij een fitnesscentrum met tien procentpunten afgenomen naar 63 procent (figuur 1). Het beoefenen van fitness buiten het fitnesscentrum om, zoals in het kader van (in company) bedrijfssport, bij de fysiotherapeut en in ongeorganiseerd verband heeft ietwat aan populariteit gewonnen.

Dalende animo
De ontwikkeling van een stabiele fitnessdeelname en een dalende animo voor de beoefening van fitness in een fitnesscentrum is niet bij elke leeftijdsgroep terug te vinden. Onder de groep 12-25 jaar is de deelname aan fitness tussen 2008 en 2010 namelijk licht gedaald, net als de animo voor fitnessbeoefening bij een fitnesscentrum. Beide ontwikkelingen kunnen samenhangen met het prijskaartje dat aan fitness hangt, in combinatie met het grote deel van deze leeftijdsgroep dat nog geen vast inkomen heeft. Onderzoek onder voormalige fitnessers leert immers dat de prijs als te hoog wordt ervaren en als één van de belangrijkste stopmotieven geldt (zeker in vergelijking met stopmotieven van voormalige verenigingssporters).

‘Midlifers’
Tussen 2008 en 2010 deed ruim een kwart van de midlifers minstens een keer per jaar aan fitness. Deden in 2008 nog ruim zeven op de tien van hen aan fitness in een fitnesscentrum, twee jaar later is dat gedaald naar 67 procent. De ontwikkelingen binnen deze groep komen ongeveer overeen met die van de Nederlandse bevolking als totaal. De trends onder 55-plussers, een in omvang groeiende kapitaalkrachtige groep Nederlanders, is voor fitnesscentra alarmerend. Tussen 2008 en 2010 is de fitnessdeelname van deze groep met 27 procent gestegen. Tegenover deze stijging van de fitnessdeelname staat een relatief even grote daling van de fitnessbeoefening in het fitnesscentrum (figuur 2). Nog niet de helft van de fitnessende 55-plussers bezoekt het fitnesscentrum. Vooral het ongeorganiseerd of alleen fitnessen is onder deze groep flink toegenomen.

Lees verder in Fit!magazine #43