Globalisering in de Nederlandse fitnessbranche

De wereld wordt in figuurlijke zin steeds kleiner. We vliegen met het grootste gemak van Nederland naar de Verenigde Staten of Nieuw-Zeeland, de andere kant van de wereld. Dit brengt met zich mee dat we steeds vaker door andere landen, culturen, markten en concepten, worden beïnvloed. Daarbij is het logisch dat we als klein landje meer door anderen worden beïnvloed, dan anderen door ons. Bijna driehonderd miljoen Amerikanen kunnen met z’n allen nu eenmaal meer bedenken en ontwikkelen dan ruim zestien miljoen Nederlanders.

We zien velerlei aspecten van globalisering terug in de fitnessbranche. Zo bereiken ons met grote regelmaat diverse fitnesstrends uit de Verenigde Staten, is de low budget trend vanuit Duitsland overgewaaid en nemen we in groten getale groepsfitnessprogramma’s af uit Nieuw-Zeeland. Het nieuwste programma komt er aan, een high intensity interval training. Wat moeten we hiervan vinden? Zijn dit goede of slechte ontwikkelingen? Dat laatste is een weinig constructieve insteek, die overigens sterk afhankelijk is van het perspectief van waaruit we de vraag beoordelen. We hebben er namelijk hoe dan ook mee te maken. Een betere vraag is: hoe kunnen we het beste met globalisering omgaan? Daarbij geldt als belangrijkste perspectief het bedrijfsresultaat van uw fitnessclub.

Internationale ontwikkelingen
Wie regelmatig rond de (fitness)wereld vliegt, kan in ieder geval constateren dat veel fitnesslanden ver voorlopen op de Nederlandse fitnessmarkt. Dat is niet meer dan logisch omdat fitness, fitnessclubs en fitnessketens in andere landen al decennia eerder in ontwikkeling zijn gekomen. Zo heeft ieder land zijn eigen cultuur en tradities, alsook een verschillend ontwikkeltempo. Nederland exporteert bijvoorbeeld watermanagement, voetbal en bier (Heineken is wereldberoemd). Vooral omdat we op deze terreinen rijk zijn aan kennis en ervaring. Het product fitness is daarentegen in Nederland nog maar kort aanwezig, al professionaliseert de Nederlandse branche zich momenteel in een razend tempo en behoort de Nederlandse fitnessmarkt tot één van de meest kansrijke van Europa.

Als we zo eenvoudig en goedkoop kennis en ervaring kunnen inkopen, waarom zouden we dan opnieuw het wiel uitvinden? Vooral wanneer het gaat om concepten en methoden die ons bedrijfsresultaat op korte termijn kunnen verbeteren, is het niet verstandig om daar zelf jaren mee aan de slag te gaan om vervolgens op hetzelfde uit te komen als onze collega’s in het buitenland. Daarbij moeten we vooral niet vergeten dat een groepsles, een retentieconcept of een salesmethode, in andere landen vaak gedurende jaren is ontwikkeld en getest. Het is geëvolueerd in de fitnesspraktijk. Alleen langs deze weg wordt een effectief en efficiënt concept verkregen. Zo maken veel fitnessketens in Engeland dankbaar gebruik van kennis en ervaring met betrekking tot bouw en inrichting uit de retailbranche. Waarom? Omdat ze daar al decennialang concepten hebben ontwikkeld, getest en bijgesteld. Zo kunnen wij in Nederland veel leren van de sales- en retentieconcepten uit Australië en van de groepsfitnessconcepten uit Nieuw-Zeeland. Ze zijn daar sinds de jaren tachtig al mee bezig en scoren ongeëvenaarde bedrijfsresultaten. Doe er uw voordeel mee!

Jan Middelkamp is directeur van de HDD Group en is zijn hele carrière al werkzaam in de fitnessbranche. Hij is afgestudeerd op bewegingswetenschappen. Wil je reageren op zijn column, mail naar jan@hddgroep.nl