De moderne fitnessprofessional: verstand van zaken, gevoel voor mensen

Eén van de boeiende aspecten van mijn vak is dat ik altijd en overal mensen tegenkom die zelf fitnessen, dat hebben gedaan of zich al lang voornemen om dat te gaan doen. Mijn visitekaartje geeft meestal direct aanleiding tot gespreksstof. Zeker bij mensen die, waarschijnlijk voor de zoveelste keer, tot de conclusie komen dat ze ‘iets aan hun gezondheid en leefstijl’ moeten doen. Ik krijg een kleurrijk pallet aan verhalen te horen waarom iemand vindt dat hij of zij moet gaan fitnessen. Overgewicht, niet fit, ijdelheid, gezondheidsklachten, eenzaamheid, omdat de buurman het ook doet, en ga zo maar door.

Gelukkig zijn er veel mensen die ook daadwerkelijk de stap zetten om te gaan sporten en te bewegen bij een fitnesscentrum. Dat betekent wel dat de fitnessprofessional in een doorsnee centrum heel veel verschillende vraagstukken op zijn bordje krijgt. De veertiger die kampt met overgewicht, maar niet de discipline heeft om regelmatig te sporten. De vrouw van midden dertig die haar laatste zwangerschapskilo’s kwijt wil en graag een halve marathon wil gaan lopen. Vader en dochter die willen gaan fitnessen, maar ieder hun eigen wensen hebben. De hoofdmacht van een plaatselijke sportclub die in de voorbereiding op het nieuwe seizoen gebruik wil maken van de fitnessfaciliteiten. Het groepje mannen dat volgend jaar in de Alpen wil gaan fietsen en ook de winter wil gebruiken om te trainen. Een stel dat over een jaar gaat trouwen en graag ‘strak en fit’ op de trouwfoto wil staan. De oudere vrouw die na een val van de fiets en een breuk in haar voet problemen met haar evenwicht heeft en door haar huisarts wordt doorverwezen naar een fitnesscentrum. De man die een hersenbloeding heeft gehad, de jonge vrouw bij wie diabetes is geconstateerd. De twee jongens van 17 die met strakke buikspieren en een gespierde torso over het Spaanse strand willen paraderen.

Allemaal voorbeelden van mensen die bij een fitnesscentrum binnenlopen met de vraag of het centrum hen kan helpen met hun klachten, droombeeld, wensen, uitdagingen. Dat houdt in dat de moderne instructeur (m/v) een veelzijdige professional moet zijn. Hij hoort niet alleen verstand van zaken te hebben, maar ook gevoel voor mensen. Hij moet antwoord en advies kunnen geven op vragen die liggen op het terrein van anatomie en fysiologie, hij moet verantwoorde trainingsschema’s kunnen maken, hij moet een goede gastheer kunnen zijn, hij moet mensen kunnen enthousiasmeren. Hij moet sportpsycholoog zijn, hij moet streng zijn als het moet en meegaand als het gewenst is, hij moet het fitnesscentrum kunnen promoten en vermarkten, hij moet individuele training kunnen geven, maar in de plaatselijke sporthal ook de fysieke training van een team kunnen verzorgen.

We staan er vaak niet bij stil, maar de moderne fitnessinstructeur moet van heel veel markten thuis zijn. Dat beseffen fitnessondernemers steeds meer. Vandaar dat Fit!vak steeds vaker de vraag krijgt om in de opleidingen meer te focussen op de diversiteit van het vak van fitnessinstructeur. Het gaat niet alleen om anatomie, fysiologie en trainingsleer. Het gaat ook, en steeds meer, om gastheerschap, om branding, om communicatie. Met het nieuwe studieboek Fitnesstrainer-B geven we daar invulling aan. Een boek met een verrassend ander format. In oktober komt het op de markt. Een maand later lanceren we een interactief online kennisplatform voor fitnessprofessionals. Ook daarmee dragen we bij aan de verdere professionalisering en een beter imago van de fitnessinstructeur en dus ook van onze branche.

Ronald Wouters is sinds 2004 directeur van Fit!vak en is na zijn CIOS opleiding altijd actief geweest in de fitnessbranche. Wil je reageren op zijn column, mail naar r.wouters@fitvak.com

 
 
deel op twitter deel op facebook